Grooming Monkeys and Word Games – Aapvlooien en woordspelletjes

Short story in Dutch about how the human race made a mess of the world while playing with words.

Grooming monkeys by Muhammad Mahdi Karim

 

Er was eens … kort na de oerknal … een oeraap die het bed in dook met een oerapin … ze kregen één twee-eiige drieling … de eerste van de drie leek op z’n vader en moeder, de tweede en de derde leken alleen op elkaar. De eerste riep alleen maar oe, ie en ah en hield erg van slingeren. Hij maakte daarbij demonstratief gebruik van zijn staart en zijn opponeerbare grote tenen, omdat de andere twee die niet hadden. Die zaten liever in een hoekje spelletjes te doen. Ze deden veel woordspelletjes, maar ze waren vooral dol op Mens Erger Je Niet. Daarom noemden ze zichzelf “mensen”. Ze voelden zich superieur en zetten zich erg af tegen hun ouders, die ze steeds zagen aapvlooien. Daarom noemden ze hen apen.

De mensen ontdekten een manier om zich voort te planten, waar ze heel geheimzinnig over deden, en opeens waren er overal mensen. Veel te veel! Toen bleek ook nog eens dat er steeds meer mensen heel gemeen waren. Daarom besloten de goede mensen om de gemene dood te maken. Maar dat hielp niet. Het liep totaal uit de hand, dus iedereen begon elkaar dood te maken, maar steeds als er bijna niemand over was, bedachten een paar slimmerikken een manier om in leven te blijven.

De overlevenden die het meest op elkaar leken gingen bij elkaar wonen in groepen en spraken af dat ze alleen nog mensen zouden doodmaken die er anders uitzagen of die andere gewoonten hadden. Omdat ze nog steeds dol waren op woordspelletjes bedachten ze verschillende woorden en gingen die gebruiken om nog meer op elkaar te lijken. Dit noemden ze identiteit. Elke groep kreeg zo z’n eigen woordenschat en dat noemden ze hun taal.

Door de voortdurende woordspelletjes ontstonden er steeds meer woorden waar niemand zich nog iets bij kon voorstellen. Die werden dan genoteerd op papier en omdat dat niet nat mocht worden werden er grote bouwwerken overheen gezet. Men wees iemand aan die de woorden wekelijks mocht voordragen, maar omdat die ook niet goed wist wat hij daarmee moest bedachten ze een nieuw spelletje: wie de meeste betekenisloze woorden kon zeggen, mocht zich boven de ander stellen. Zo ontstond een soort piramide van mensen die zich boven anderen mochten stellen. Het kortste betekenisloze woord kreeg daarbij doorgaans de belangrijkste status en men bedacht er allerlei rituelen bij.

Er kwamen aparte gebouwen waarin men jonge mensen deze woorden en rituelen ging leren. Mensen die deze korte woorden verkeerd gebruikten werden doodgemaakt. Daarmee ontstond een uiterst efficiënte manier om grote groepen mensen onder controle te houden of zelfs om ze te bewegen om mensen van andere groepen dood te maken. Dit noemde men veldslagen of oorlogen.

Ookal werden er steeds meer mensen doodgemaakt, het aantal dat er bij kwam bleef vele malen groter, dus tot op de dag van vandaag loopt het uit de hand. Ookal worden we steeds slimmer en zijn de hulpmiddelen om elkaar te bestrijden steeds efficienter, het wil maar niet lukken om de laatste gemene mensen uit te roeien, zodat er alleen nog goede mensen overblijven.

Door de woordspelletjes blijft het maar steeds onduidelijk wie de goede en wie de gemene mensen zijn, omdat de goede mensen zich door de gemene laten misbruiken om andere goede mensen dood te maken die het omgekeerde doen. De gemene mensen die de goede onder controle hebben, domweg omdat ze de betekenisloze woorden beter beheersen, blijven steeds buiten schot.

Dit lijkt nu onoplosbaar, maar dat is het niet. Het meest waarschijnlijke toekomstscenario is namelijk dat de betekenisloze woorden hun controlerende kracht verliezen. Steeds meer mensen negeren de betekenisloze woorden en bemerken dat de begrijpelijke woorden eenvoudig te vertalen zijn. Nooit eerder hebben gewone mensen elkaar zo goed begrepen.

Ooit begonnen we, omdat ze aapvlooiden, apen op te sluiten in kooien. We begonnen andere dieren zelfs dood te maken en op te eten. Het ging pas echt mis toen gemene mensen iets bedachten voor het probleem dat de meeste goede mensen geen dieren willen dood maken. Ze bedachten machines die het gingen doen. Slagers werden slachthuizen, en later vleesproductielijnen. Vissers kregen sleepnetten. Om alles te verhullen, zijn de gemene mensen oude betekenisvolle woorden betekenisloos gaan maken zoals ham, kip, vis, vee, boer, vlees, jager, herder, visser, slager, gehakt, tartaar, biefstuk, karbonade. Ook bedachten ze nieuwe betekenisloze woorden die de gruwelijke werkelijkheid verbergen. Ik noem er een paar: drumsticks, proefdier, megastallen, vleesverwerkende industrie, biofarmacie.

Thoughts for a female Muslim student in Afghanistan

Since a few days, in my Facebook, there was a pending friend request from someone in Afghanistan. When I looked on her profile, I didn’t understand much of what I was looking at, but I couldn’t think of a valid reason why I should NOT accept her friend request. So that’s what I did and some time later I found myself chatting with a female student from the Balkh University. She chose me to practice her English skills and, although I know that anybody can fake anything on the internet, she feels as a real and honest person. It is my basic principle to believe what somebody says and to never take things for granted. I must say that I see it as a huge privilege in the first place. From now on I’ll call her my new Muslim neighbour.

Herat Masjidi Jami courtyard by Sven Dirks, Wien via Wikimedia Commons

 

During the first twenty minutes of my chat, I worked hard to improve my knowledge of Afghanistan, which appeared to be embarrassing. But Wikipedia is always there to give me a boost and I never do anything without virtually going there using Google Maps. In a matter of seconds I’ve traveled ten-thousand kilometers and I was exploring an ancient city whose existence I didn’t know a few minutes ago. And at the same time I was talking to someone local. Isn’t that lovely? Doesn’t that make our world look small?

Google Maps shows the city of Balkh. At the North side the ruins of the old city.

 

Next day my Muslim neighbour posted a general message in Persian, for me unreadable, but it looked nice. Normally I can put Google Translate at work and it’ll recognize the Persian language and give me the English translation. I know I shouldn’t take it for correct, but it doesn’t do bad either. Compared to understanding nothing, understanding 80% opens a new world.

But this was an image with text, not a true text, and then of course the Google Translate show stops. Some genuine human interaction was required next. So I used the comment box to ask what exactly it meant and my dear Muslim neighbour was so kind to tell me it was a praise to the Prophet Muhammad. She also added she wanted to show her love for the Prophet to express her dislike of the Charlie Hebdo cartoons. She also wanted the magazine to stop publishing cartoons that insult people’s belief. On that point I disagreed, so that triggered me to write the following text.

I agree it isn’t nice to insult people. But I cannot forbid you to insult me. Nor can anyone forbid anyone else to insult somebody. Insulting people just isn’t nice, but it is impossible to define rules that tell you what is a forbidden insult and what is not. An insult can be very funny if it is a joke and it isn’t about yourself or your belief or your mother or father or brother or sister or someone or something you love very much.

When my children were young I tried to teach them to think first before they tell a joke. They should think if that joke is funny. If you make a joke insulting the Balkh University in front of your teacher, he or she will not like that joke. Then it’s a bad joke. It’s not nice and not funny to make bad jokes insulting people. But if you are in a room with your brothers and sisters and you make the same joke, it might be very funny and you’ll insult no one in the room.

Suppose somebody comes in my house and starts insulting my cat. I will not be happy, because my cat is a very sweet animal. If he starts insulting my wife or my mother, I will ask him to leave the house and never come back again. When I do business and I insult my business partner, I will lose him or her.

Suppose somebody insults me in public, I will ask him to stop. If he doesn’t stop I will ignore him. That’s all I can do. If he enjoys bullying me, that’s a problem. Unfortunately the problem of bullying can be found on many places where people work together: on schools, in companies and in retirement homes. It happens everywhere.

Now about public magazines. Anyone is free to publish a magazine about nearly anything. Even obscene content is allowed, but only for people above the age of 18 years (adults). In Holland we are not allowed to promote hate or racism or violence or criminal activities and we are not allowed to tell lies about other people or to reveal details about someones private life (privacy protection). Maybe there’s more. If there is a publication and you (or the government) think it should be forbidden, then you (or the government) can go to court where the independent judge can decide if you are right or not and the magazine can be ordered to call back it’s magazines from the stores or from the internet.

In Paris I think the mosque has tried to stop Charlie Hebdo from publishing those insulting cartoons, but the judge decided that it’s allowed. Then you have the same situation like that of the bullying schoolboy. You best ignore it. Don’t buy the magazine. Now that Charlie Hebdo people were attacked they got so much attention worldwide that the bad feeling for Muslims is millions times more than it was before the attacks. Ignore the bully is always the best you can do.

In Dutch we call it “stand above it”, which means: stand above your bully. Your belief and your love for the Prophet are at a much higher level than the low jokes of the bullying magazine. If it’s true belief and true love, no one can bring that down.

Thank you for allowing me to talk to you about this difficult subject and I hope you can understand my English. I don’t ask you to agree with me, but it’s great to exchange thoughts with the people from Afghanistan. :)

Page Number Three

Last week in the UK there was a media hype going on about Page Three of the famous tabloid The Sun. Since I was looking for a subject to write a funny song, that was a welcome topic in today’s news. Here’s the result with a big thank you to Mary Fitzpatrick for reviewing the lyrics and giving me great inspiring input.

Here’s the melody for now.

Lyrics

The other day my cat came home
As dirty as can be
So I cleaned her in the toilet
With some shampoo helping me
But I ran out of paper
I admit I’m not so deft
Thank God my good old neighbour
Had some people’s paper left

Chorus:
There’s a low wintry Sun
Far too cold to comfort me
I have no place to run
But the fancy of Page Three!
When the top of the best
Is less covered than the rest
One and Two are not for me
All I long for is Page Number Three!

2. Me neighbour bought a donkey
At the fair of Ballinasloe
He took it home to pull his cart
But how, he didn’t know
So I went out to lend a hand
And spied a pretty lass
As he took the front page off The Sun
To proudly wipe his ass!

Chorus

3. Me neighbour is a Muslim
And he isn’t very strict
He loves The Sun and tells us
Wondrous stories that depict
The beauty of the mountains
And the tragedies of war
To see Page Three he joked to me
He left his country for!

Chorus

4. But then one day they covered up
The beauties of Page Three
The maids still took me breath away
But boobs I couldn’t see
Me neighbour knocked bewildered
On me door in full despair
He said he’d never buy The Sun
For just her golden hair

5. Now my response to his complaint
Was not the best to say
I said “well, this is Ireland
We’re not like the UK.
We cover up a lot of things
Of obscenities we beware
That’s why the maids in The Irish Sun
Have a niminy-piminy air”

Chorus

6. Me neighbour’s wife stepped next to him
And to me she did say
My husband is so true to me
He loves me every day
The pretty girls are his delight
He never reads the news
The sight keeps up the memories
Of the days I was his muse

7. The din the conversation made
Was heard by my dear wife
She stepped up to us at the door
And then began the strife
She said: “These breasts are silicone
For sure they are unreal
The surgeon’s handiwork’s a scorn
Degrades our sex appeal!”

8. Says my dear neighbour’s wife to mine:
“Dear madam no distress
It stirs my husbands fantasy
For what’s inside my dress
If Murdoch pays his maids for this
I deem it is no crime
Here’s my advice when you undress
Switch off the light in time!”

Chorus

Selling Your Ego – Het verkopen van je ego

This story is a continued part of my first Facebook promotion.

Ah sorry! Een heel essentieel punt zit ik toch gewoon te vergeten in mijn verhaal, dus hallo Donna, hier ben ik nog even over de verkoop van EGO’s:

Wat je ook geweldig kan doen op Facebook is je product verkopen! Je sportschool, je voedingsadvies, je hippiefestival, je Keltische sieraden, je foto’s enz. Gewoon door er elke dag wat leuks over te zeggen of met een fotootje. En dat product zijn sommige mensen, zoals ondergetekende, soms gewoon zelf. Die verkopen hun ego! Als je zelfstandig timmerman bent of artiest of kapper, dan moet je vooral leren jezelf te verkopen. Naast een advertentie in het plaatselijke krantje en de sponsoring van de IJsclub, doet een kapper dat vooral met een gezellig praatje als je in zijn stoel zit en een timmerman aan de koffietafel. Maar een moderne artiest doet dat op internet (een website kost geld en veel tijd) en Facebook (gratis, snel en gemakkelijk). Je kan ook nog adverteren op Facebook. Zo vind ik het leuk om mijn song over Gaza te promoten bij iedereen die in Facebook bekend is als geinteresseerd in Gaza en die het Engels beheerst. Kosten 15 euro. Resultaat: rechtstreekse contacten met fanatiekelingen van beide kampen, inclusief een hele beschaafde meneer van het Israelische leger, als ik de man mag geloven.

Als je iets verkoopt moet je beslist eens gaan experimenteren met reclame maken via Facebook. Het werkt best goed voor vrij weinig geld. Het moet wel, want daarmee verdient Facebook het!

Om iets via Facebook te verkopen moet je eerst een pagina aanmaken over je product. Daarmee ga je als persoon naar de achtergrond (in mijn geval niet, want ik ben dat product zelf). Je gaat dan eerst een tijdje droogzemmen en zet er elke dag iets zinvols op. Vanaf je pagina deel je de berichten op je eigen tijdlijn, zodat je vrienden je alvast gratis kunnen ondersteunen. Als het wat inhoud begint te krijgen, dan ga je een betaalde promotie doen. Begin eens met 5 euro om er gevoel voor te krijgen. Waar je voor moet uitkijken is het betaald promoten van je pagina zelf. Het kan, maar het resultaat is oncontroleerbaar. Je ziet wel Likes binnenkomen, maar ik heb grote twijfels bij de kwaliteit daarvan. Wat beter werkt is iets op Youtube zetten (een filmpje van je product) en dat promoten via Facebook. Je kan dan aan de views op Youtube zien hoe de campagne loopt.

Een extreem goed voorbeeld van zo’n zelfstandige, zeer actieve artiest vind ik Sarah McQuaid, die een website heeft en zichzelf op Facebook promoot via deze pagina:
https://www.facebook.com/sarahmcquaidmusic

Daarbij is Sarah, ondanks haar op het eerste gezicht grote ego, een bijzonder aardig en benaderbaar mens!

Facebook isn’t for me – Facebook is niets voor mij

The story below is a little Facebook promotion in Dutch in response to Donna’s challenging remark that in Facebook it’s all about people’s own ego’s.

Reactie op Donna’s opmerking in Facebook “fb = ego in het kwadraat :P”

Nou daar komt-ie dan, Donna. Bedankt voor het uitlokken van deze misschien toch nog wat te oppervlakkige reactie, want over Facebook is erg veel te vertellen. Computerspelletjes haat ik en ik had even zin om wat te schrijven. Ik maak van deze tekst wel even een kopietje voor op m’n website, want je weet het maar nooit met Facebook (misschien vind je het zelf niks en gooi je het weg, voel je vrij) en het is een heel verhaal geworden, wat ik misschien nog wel eens wil lezen.

Als beroepscomputeraar ben ik er wat fanatieker ingedoken dan de gemiddelde mens en door mijn leeftijd op een wat serieuzere manier dan de vele kinderen die in 2013 massaal van Hyves op Facebook overstapten. Ook was het mijn sport om mijn opgroeiende kinderen voor te blijven om ze te kunnen begeleiden en te behoeden voor de vele valkuilen. Gewoon een ouderlijke taak, net als een kind leren oversteken en leren dat ze geen snoepjes moeten aannemen van onbekenden. Juist in deze taak hebben veel ouders het destijds laten afweten (misschien nog steeds wel), omdat ze geen idee hadden waar hun kinderen mee bezig waren. De scholen hebben hun handen er aan vol gehad en ook die hebben verschrikkelijk achter de feiten aangerend. Best ernstig als je er goed over nadenkt. De wereld is vol van mensen die deze ontwikkelingen niet bij kunnen of willen houden en dat geeft niet, behalve als ze een opvoedende taak hebben.

Als computerspecialist zeg ik: Facebook is het meest briljante stukje zelflerende software dat er momenteel bestaat. Het is een ongelofelijk snel (ondanks dat er meer dan een miljard gebruikers op zitten), veilig en betrouwbaar medium om je foto’s op te bewaren en alleen te laten zien aan wie jij wil. Om je contacten te onderhouden en zelfs om online mee te vergaderen. Dat kan over van alles gaan. Het werkt ook nog eens echt op alle apparaten van computers tot telefoons, hoewel Facebook op een telefoon nog lang niet zo goed is als op een tablet of een gewone computer.

Zelflerende software, zoals Facebook is, moet wel de gelegenheid krijgen om zich aan je aan te passen. Dingen die je niet aan staan, zet je uit. Verdiep je even in het kleine v-tje rechtsboven elk bericht. Vink personen en onderwerpen uit die je niet wil volgen. Niet te snel oordelen. Facebook is een geniaal medium, dat inderdaad laat zien dat veel mensen enkel met zichzelf bezig zijn.

Op je gezinnetje moet je zeker zuinig zijn, Donna, en hoewel het erg leuk is voor mensen die je gezin kennen of willen leren kennen om daar af en toe wat over te posten, ben ik daar zelf erg terughoudend in. Ook in het verschaffen van duidelijkheid wil ik nog wel eens bewust dingen niet of een beetje anders zeggen. Voor de eventuele dure spullen waar je aan gehecht bent geldt hetzelfde.

Deze bedenkingen hoeven echter niet om te slaan in totale onthouding. Vergelijk Facebook met een aparte wereld vol met interessante zaken en troep, veel leuke mensen, die je anders nooit zou kunnen ontmoeten, en af en toe ook een vervelende. Je zegt nogal wat als je besluit “Facebook is niets voor mij” of als je het je kind verbiedt. Dat lijkt veel op een kind binnen houden omdat je bang bent om het naar buiten te laten gaan. Voor de ouderen zelf lijkt het ook veel op niet naar buiten durven, omdat ze de weg er niet kennen en de verkeersregels niet hebben geleerd.

De bezorgdheid die je hebt als je kind alleen buiten speelt, mag je ook best hebben als het achter de computer zit en een beperkt aantal computeruren is natuurlijk voor kinderen heel gezond.

Van alleen zijn is in Facebook in principe geen sprake. Dat is nou juist vrij goed geregeld en daarom heet het een sociaal netwerk. Je kan elkaar een beetje in de gaten houden. Je kan je ook, net als op straat asociaal gedragen, trouwens. En daar zit nou juist nog een punt waar veel ouderen een fout maken. Door Facebook volledig te negeren, negeer je een groot deel van de digitale wereld om je heen. Omgangsvormen, taalgebruik en dingen als fatsoen en beleefdheid zijn waardevolle zaken die de oudere generatie zou moeten overdragen aan de jongere. Ontbreken deze mensen in Facebook, dan missen we dus iets.

Helaas stap ik nog steeds te vaak in die vieze, gevaarlijke auto om weer eens even te horen hoe het met die oude vrienden van me gaat. Ik geef toe: er gaat niets boven gezellig samen zijn, maar o wat een gevaren trotseren we daar toch elke dag weer voor. Als automatiseerder bezoek ik mijn klanten inmiddels vrijwel niet meer. Zakelijk gaat bij mij alles op afstand en ook steeds meer via Facebook, maar zakelijk Nederland loopt daarin ver achter.

Facebook is echt niet zaligmakend, maar je kan er ook niet echt omheen. Als je wil weten waar, wanneer en hoe laat de Ierse sessie is, hoef je maar even in Facebook te kijken en je weet het zo. Je ziet ook hoe het de vorige keer was. Als je zoiets organiseert is Facebook zo geweldig gemakkelijk. Ik ga echt mensen niet zitten emailen. Da’s me veel te bewerkelijk en zo’n Ierse sessie wil ik wel regelen, maar het moet me niet te veel tijd gaan kosten.

Facebook weet alles van je. Zeker, maar ze mogen er niet zo heel veel mee doen. En Facebook weet precies evenveel als je op Facebook hebt gezegd. Maar Facebook is inmiddels zo groot geworden dat er ook erg goed op gelet wordt, hoop ik.

Veel Facebook-plezier! ;)

Deel 2 – Het verkopen van je ego

Carnival Mirrors

Today it’s 13 days after the tragic shooting at the Charlie Hebdo office in Paris, a cold-blooded terrorist attack on a magazine that refused to bend for threats by Islamic extremists. Here’s my new sad song in commemoration of the tragedy. Hope you like it.

Lyrics:

Whenever religion is taking the lead
And people have little to lose
When a knock on the roof* makes us fondly believe
Our faith is the only one truth

When pencils are sharpened to open our eyes
To put our feet back on the ground
When a look in the mirror reveals all the lies
Not much of our pride will be found

Chorus:
Carnival mirrors are great for a laugh
Makeup mirrors magnify
But mirrors are fragile, so keep your hand off
Give’m a smile and pass by!

When you break a mirror you call down a curse
Bad luck will haunt you seven years
Yeah the world is in desperate need of those mirrors
Reflections are great to fight fears

Chorus

Now a mirror lies broken on the island of France
And cop choppers take to the sky
Our thoughts are with those brave drafters for freedom
Let’s sing with a tear and a cry

Chorus


 

* Note: a knock on the roof refers to the ‘civilized’ way Israel committed war crimes in Gaza during the summer of 2014: they first fired a little mortar on a house and one minute later they launched a devastating bomb to destroy the house including all civilians, often women and children that couldn’t get out in time. Thousands of innocent people have died that way.


 

A big thank you to my reviewer Mary Fitzpatrick for her highly valued feedback!

A Dam Lovely Time

A relaxed tribute song to Amsterdam.

Mary Fitzpatrick wrote this poem about the lovely time she had in Amsterdam with her blind husband and allowed me to use it for a song. She included some humorous critics.  In the last two verses she addresses the crazy cyclists that pop up from all directions scaring the hell out of everyone on their way. Quite an experience for anyone, certainly a blind man!

I put Mary’s poem to music and added the chorus. I chose for an easy melody so that the lyrics can be well pronounced.

It’s a quick home recording again, not meant to be perfect. I hope you like it.

Lyrics:

A belle dame sans merci
Gazes out to the sea
Her beauty for all to behold
Gilded spires soaring high
‘Bove her shimmering IJ
She’s apparelled in Silver and Gold

On Her necklace of water
Four… strands – man has taught her
To import and transport earthly riches
It’s bejewelled at night
With reflecting lamp light
And Fine linking filigree bridges.

Chorus 1:
Well I left you behind
And although I am blind
Your beauty is clear in my mind
I don’t ask you to say
“Good morning” but hey
You gave me a dam(n) lovely time!

Open heart she has shown
Through the world, ’tis well known
To protect threatened souls o’er the years
Descartes and his thoughts
Protestants, Huguenots
Nazi prey, Jewish friends and their peers

GLT-gender mixers
Or LSD-craving fixers
Flow’r pow’r’d jokers, pot smokers and the like
Those who needed a home
Were not left alone
To die or to drown ‘neath a dyke.

Chorus 1

And those without eyes
Can still access this prize
Savour splendour and joy with their hearts
Walk each squat hump-backed bridge
Touch its wrought iron railing ridge
Sense the spray from each passing barque

Scale the dizzying heights
Of Westerkerk flights
Soar heavenward with carillon bells
Clamber Rembrandt’s town house
Like a curious mouse
Cruise the Amstel’s wide course, ride its swell

Chorus 1

But past Nazi repression
Must have left some impression
For nowhere a blind person you’ll meet
Can extermination
Explain our consternation
No guide dog nor white cane on the street

Or have Cyclists sublime
Perpetrated this crime
Depleted the blind with his cane
Ignored sound beacon, green light
Have no lamp lit at night?
These assassins must now take the blame

Chorus 2:
No need to be kind
Because I am blind
The road isn’t yours and isn’t mine
I don’t ask you to say
“Good morning” but hey
Allow me to have a good time!

Chorus 1