Grooming Monkeys and Word Games – Aapvlooien en woordspelletjes

Short story in Dutch about how the human race made a mess of the world while playing with words.

Er was eens … kort na de oerknal … een oeraap die het bed in dook met een oerapin … ze kregen één twee-eiige drieling … de eerste van de drie leek op z’n vader en moeder, de tweede en de derde leken alleen op elkaar. De eerste riep alleen maar oe, ie en ah en hield erg van slingeren. Hij maakte daarbij demonstratief gebruik van zijn staart en zijn opponeerbare grote tenen, omdat de andere twee die niet hadden. Die zaten liever in een hoekje spelletjes te doen. Ze deden veel woordspelletjes, maar ze waren vooral dol op Mens Erger Je Niet. Daarom noemden ze zichzelf “mensen”. Ze voelden zich superieur en zetten zich erg af tegen hun ouders, die ze steeds zagen aapvlooien. Daarom noemden ze hen apen.

De mensen ontdekten een manier om zich voort te planten, waar ze heel geheimzinnig over deden, en opeens waren er overal mensen. Veel te veel! Toen bleek ook nog eens dat er steeds meer mensen heel gemeen waren. Daarom besloten de goede mensen om de gemene dood te maken. Maar dat hielp niet. Het liep totaal uit de hand, dus iedereen begon elkaar dood te maken, maar steeds als er bijna niemand over was, bedachten een paar slimmerikken een manier om in leven te blijven.

De overlevenden die het meest op elkaar leken gingen bij elkaar wonen in groepen en spraken af dat ze alleen nog mensen zouden doodmaken die er anders uitzagen of die andere gewoonten hadden. Omdat ze nog steeds dol waren op woordspelletjes bedachten ze verschillende woorden en gingen die gebruiken om nog meer op elkaar te lijken. Dit noemden ze identiteit. Elke groep kreeg zo z’n eigen woordenschat en dat noemden ze hun taal.

Door de voortdurende woordspelletjes ontstonden er steeds meer woorden waar niemand zich nog iets bij kon voorstellen. Die werden dan genoteerd op papier en omdat dat niet nat mocht worden werden er grote bouwwerken overheen gezet. Men wees iemand aan die de woorden wekelijks mocht voordragen, maar omdat die ook niet goed wist wat hij daarmee moest bedachten ze een nieuw spelletje: wie de meeste betekenisloze woorden kon zeggen, mocht zich boven de ander stellen. Zo ontstond een soort piramide van mensen die zich boven anderen mochten stellen. Het kortste betekenisloze woord kreeg daarbij doorgaans de belangrijkste status en men bedacht er allerlei rituelen bij.

Er kwamen aparte gebouwen waarin men jonge mensen deze woorden en rituelen ging leren. Mensen die deze korte woorden verkeerd gebruikten werden doodgemaakt. Daarmee ontstond een uiterst efficiënte manier om grote groepen mensen onder controle te houden of zelfs om ze te bewegen om mensen van andere groepen dood te maken. Dit noemde men veldslagen of oorlogen.

Ookal werden er steeds meer mensen doodgemaakt, het aantal dat er bij kwam bleef vele malen groter, dus tot op de dag van vandaag loopt het uit de hand. Ookal worden we steeds slimmer en zijn de hulpmiddelen om elkaar te bestrijden steeds efficienter, het wil maar niet lukken om de laatste gemene mensen uit te roeien, zodat er alleen nog goede mensen overblijven.

Door de woordspelletjes blijft het maar steeds onduidelijk wie de goede en wie de gemene mensen zijn, omdat de goede mensen zich door de gemene laten misbruiken om andere goede mensen dood te maken die het omgekeerde doen. De gemene mensen die de goede onder controle hebben, domweg omdat ze de betekenisloze woorden beter beheersen, blijven steeds buiten schot.

Dit lijkt nu onoplosbaar, maar dat is het niet. Het meest waarschijnlijke toekomstscenario is namelijk dat de betekenisloze woorden hun controlerende kracht verliezen. Steeds meer mensen negeren de betekenisloze woorden en bemerken dat de begrijpelijke woorden eenvoudig te vertalen zijn. Nooit eerder hebben gewone mensen elkaar zo goed begrepen.

Ooit begonnen we, omdat ze aapvlooiden, apen op te sluiten in kooien. We begonnen andere dieren zelfs dood te maken en op te eten. Het ging pas echt mis toen gemene mensen iets bedachten voor het probleem dat de meeste goede mensen geen dieren willen dood maken. Ze bedachten machines die het gingen doen. Slagers werden slachthuizen, en later vleesproductielijnen. Vissers kregen sleepnetten. Om alles te verhullen, zijn de gemene mensen oude betekenisvolle woorden betekenisloos gaan maken zoals ham, kip, vis, vee, boer, vlees, jager, herder, visser, slager, gehakt, tartaar, biefstuk, karbonade. Ook bedachten ze nieuwe betekenisloze woorden die de gruwelijke werkelijkheid verbergen. Ik noem er een paar: drumsticks, proefdier, megastallen, vleesverwerkende industrie, biofarmacie.

0 comments

Leave a Reply